Artikel uit De Twentsche Courant Tubantia van 31-5-2006
Beleef Twente in Twekkelo
Door Richard Struijk
Soms over een vlakke zandweg. Dan weer soppend door een weiland. Regelmatig smalle paadjes volgend langs en door houtwallen. En steeds is daar het fascinerende, zeer gevarieerde landschap gezien door de bril van de grondeigenaar, die zo 'gek' is geweest ons gratis toegang te verschaffen tot plaatsen, waar normaliter bordjes 'verboden toegang' de mens een halt toe roepen. Wat let ons? Het stiewelpad op!
De oudste bewoners, we spreken dan over zo'n tien eeuwen geleden, spraken van Tuegloe. Je vraagt je wel vaker af, waar al die namen toch vandaan gekomen zijn.
zeker is, dat het woordje 'lo' in combinatie met een voornaam altijd bos betekent. Hengelo, Markelo, Bentelo, enz.. Veel bos zal in die dagen moerasbos geweest zijn bestaande uit wilgen, elzen en andere liefhebbers van nattigheid. Zandkoppen waren er echter ook. Nog vandaag de dag spreken we over essen, waar eeuwenlang boeren pogingen deden de schrale zandgrond te verbeteren.
Plaggen, schadden, werden elders gestoken en hetzij rechtstreeks, dan wel via de potstal, vermengd met mest, op het land gebracht. En dat niet met grote mestverspreiders, maar met een hobbelende kar door een paard getrokken. Wie zo het landschap bekijkt krijgt het er alsnog warm van.
Trouwens, ook zonder die gedachten zult u het niet koud krijgen. Twekkelo staat daarvoor garant. Overal hoogopgaande bomen. Al meteen bij het startpunt, het aardige Hervormde kerkje, lachen hoge elzen en statige populieren ons toe. Echte windbrekers. De geaccidenteerdheid van het terrein schept bovendien een microklimaat, dat er zijn mag.
Hoge kopppen, essen of kampen, die zich via steile hellingen laten beklimmen, blinken in de zon. In het vroege voorjaar bloeien hier de paardenbloemen al. Ook het klein-hoefblad, een kleinere composiet, dat het aanvankelijk zonder bladeren moet doen, kondigt uitbundig het voorjaar aan. Het massaal aanwezige speenkruid heeft meer problemen, omdat het zich veelal in vochtige laagten ophoudt. Eerst wanneer de bovenlaag opdroogt is er voldoende energie om de fraaie, gele bloempjes op lange stelen omhoog te stuwen.
Het is een landschap vol verrassingen omdat we ons mogen begeven op plaatsen, waar dat normaliter niet is toegestaan. Eigenlijk is het verbazingwekkend, dat grondbezitters, waarvan velen hun bestaan aan de opbrengst van de bodem danken, de handen ineen hebben geslagen om wandelen tot een feest te maken. En geen klein ommetje, maar langs diverse paden, waarvan de langste 12 km is.
Er is heel wat werk verzet om u te winnen voor de gedachte, dat Twekkelo toch maar onaangetast mag blijven. Uiteraard kan het niet anders of de moderne landbouw, om van het autoverkeer en de zich op korte afstand bevindende industrie maar te zwijgen, drukt een stempel op de natuur.
Langs de snel stromende beekjes kleurt de waterkers het prille groen wit met fijne bloempjes.
Het is een echte kruisbloem evenals de pinksterbloem. Een ander familielid, eveneens wit van kleur, zoekt het liever hoog en droog. Het is 't tot een halve meter oprijzende look-zonder-look, naar uien ruikend entegenwoordig dankzij de stikstofuitstoot overal op zandgronden aanwezig. Of dit winst genoemd kan worden? De wandelaar, die zich over de goed aangegeven route voortbeweegt zal het met algemeen voorkomende soorten moeten doen. Het frisgroene, rijkbloeiende fluitenkruid, de ridderzuring met zijn grote bladeren en de kruipende boterbloemen, die dankzij uitlopers hele stukken grond voor zich opeisen.
Daarnaast schiet de bijvoet hoog op, waarvan de bladeren een heilzame werking zouden hebben op vermoeide voeten en om die reden wel in de klompen werden gedaan. Wij houden het maar op laarzen en stiefelen dus verder.
Ondanks alles is Twekkelon een rijk landschap. Dat we daarvan kunnen spreken is te danken aan de grote, min of meer natuurlijke hoogteverschillen en daarmee samenhangende overgangen. Van nat naar droog, van schaduwrijk naar zonnig, van koud naar warm. Een reliëfrijk gebied. We zouden wellicht beter kunnen spreken van hollebollige weilanden, die echter de nodige variatie op micro-niveau opleveren.
Agrarisch-technisch bezien zijn dergelijke weilanden voor verbetering vatbaar. Dit zou evenwel een aanslag op natuur en milieu betekenen. Nu zou je hier bijvoorbeeld best een watersnip mogen verwachten. De kieviten, die met een minder vochtig domein genoegen nemen, duikelen boven de hoge akkers, die namen dragen als Groote Esch, Lutje Esch, enz.. Watervogels treffen we aan in en rond het Twentekanaal, waar een stukje van de wandeling langs gaat. Hier mogen u de kardinaalmutsen niet ontgaan.
Wellicht zijn ze ooit aangepast, maar deze Euyonimus europaea komt plaatselijk in Twente in het wild voor. Kijk vooral uit naar de stippelmotten, die zich vrijwel elke zomer op deze struik laten zien. Een enkele sleedoorn verrast in het voorjaar met de witte bloempjes op het kale hout. In het najaar zien de blauwe pruimpjes er verleidelijk uit maar wees voorzichtig, want ze dragen de naam 'bekkentrekkers' met ere. Water geeft altijd een zekere levendigheid aan het landschap.
Diverse eenden, wilde zowel als kuifeedjes, waterhoentje, meerkoeten en uit gevangenschap ontsnapte Carolina eenden en Nijlganzen doen er hun voordeel mee. Tijdens onze tocht horen we diverse kleine zangertjes als tjiftjaf, fitis en tuinfluiter. Het winterkoninkje schettert vanuit de braambossage terwijl de vink slaat vanuit een hoge eik. Daarin huist ook de boomklever. Groenlingen praten nog steeds door de neus en kool-zowel als pimpelmees laten zich zien en horen.
De bijen, die over een heuse 'stal' beschikken, vliegen in het voorjaar vooral op de wilgen, de paardenbloem en wat er verder ter tafel komt. Sparren en grove dennen, waarmee we zo vertrouwd zijn, vormen een kleine minderheid. Groenblijvend zijn hier de talrijke hulstboompjes. In het leerachtige, donkergroene blad huist de larve van de hulstvlieg, die zich als mijnwerker openbaart. Fraai oogt de klimop, met name de vrouwelijke vorm, die tot ver in het voorjaar zwarte bessen draagt. Groenblijvend is het sterrekroos en vlotgras in de beekjes en waterlopen.
Amfibieën zoeken het in rustiger vaarwater, maar dat is er voldoende om in het voorjaar te paren en eieren af te zetten. Twekkelo is een parel van grote waarde. Daarvan zal ieder overtuigd zijn, die één van de uitgezette routes bewandelt. Of het nu de lange, zwarte is dan wel de witte van ruim een uur. U raakt niet uitgekeken naar het programma, dat ons jaarrond wordt voorgeschoteld. De kwaliteit is er ook naar.
Nu maar hopen, dat projectontwikkelaars, stedebouwkundigen, planologen en vooral politici er ook zo over (gaan) denken. Dankzij burgerinitiatief valt er veel te genieten van Twekkelo's cultuur en natuur. We mogen de initiatiefnemers dankbaar zijn!