Artikel uit De Twentsche Courant Tubantia van 3-9-2003
Handen ineen voor Twents landschap
TWEKKELO - "Dat is meidoorn, met die groene besjes. En hier zit vlierhout, met bloemen in het voorjaar en in het najaar zwarte bessen.’ Gerrit Meutstege wijst naar de begroeiing van een houtwal die in oude glorie is hersteld. ‘Zo wil je ’m graag zien."
De consulent van de Lonneker Marken toont het effect van zijn stichting op het Twentse landschap tijdens een wandeling over een boerenbedrijf. Hij adviseert boeren die aan landschapsbeheer willen doen. Dat kost soms enige overreding.
Om een houtwal in oude staat terug te brengen moeten vaak oude eiken worden gekapt. Deze houden het zonlicht tegen, waardoor de ondergroei niet tot bloei komt. Soms zijn boeren echter terughoudend als het gaat om kappen. De enorme eiken zijn immers prachtig om te zien.
Als boerenzoon kent Meutstege de houtwallen en singels uit de tijd dat ze nog een economische functie vervulden op het boerenbedrijf. ‘Die waren nodig om de kachel mee te stoken of het fornuis.’
Meutstege heeft het land van boer Hems Averink uit Twekkelo uitgekozen om het resultaat te laten zien van landschapsbeheer. De Twekkelose boer was de eerste die een bedrijfsnatuurplan opzette op verzoek van de stichting. Daarin wordt de kwaliteit van landschapselementen op zijn grond vastgelegd en gekeken hoe die kan worden verbeterd. De boer gaat tegen kleine financiële vergoeding aan de slag. De Lonneker Marken helpt om subsidiepotjes aan te boren.
De stichting werd in 1995 opgericht op initiatief van de Stichting Agrarisch Welzijn (Stawel), toen het bestemmingsplan buitengebied in de maak was. Stawel wilde waardevolle landschapselementen behouden, maar liefst zonder de boer in zijn bedrijfsvoering te beperken. Door zelf het voortouw te nemen en karakteristieke elementen op te knappen, krijgt de boer elders meer vrijheid als een boom hem bijvoorbeeld belemmert zijn bedrijf uit te breiden.
Averink heeft heel wat werk verricht op en om zijn erf. Hij heeft afrastering gespannen rond gekloofde eikenhouten palen, afkomstig uit de uitgedunde houtwal. Ook plantte Averink een beukenheg rond zijn voortuin en een rij bomen langs de zandweg naar zijn velden.
In de tuin aan de zuidkant zijn enkele knotlinden geplaatst. Van oudsher plantten boeren lindes om het huis koel te houden. Bij het gezin Averink werden ze ooit tijdens een storm geveld. Deze zomer hebben de bewoners ervaren dat het oude gebruik zo zijn voordelen kent. Veel schaduw gaven de nieuwe scheuten nog niet.Meutstege houdt stil bij een kikkerpoel. ‘De boer moet dit najaar weer aan het werk’, merkt hij op. Aan de zonzijde hoort hij vrij te zijn van begroeiďng. ‘In het voorjaar moet de zon op het water schijnen. Dan wordt het sneller warm en kunnen kikkers zich eerder ontwikkelen. Dat is belangrijk voor vogels die op kikkers vissen.’
In een weiland staan twee solitaire bomen, waar Averink een afrastering om heeft gezet. ‘Het vee in de wei kruipt dicht tegen de boom aan. Dat betekent dat ze er ook plassen en poepen. Dat is slecht voor de boom. De hekken zijn zo geplaatst dat het vee nog wat beschutting vindt onder het bladerdak.’
De rondleiding eindigt over de Twekkelose Stiefelpaden. Ze behoren niet tot het oorspronkelijke landschap maar vormen een prachtige voorziening voor wandelaars. Averink heeft de afrastering verplaatst zodat liefhebbers langs houtwallen, weilanden, sloten en singels kunnen stiefelen.
De boeren in de buurtschap hebben de wandelpaden zonder vergoedingen aangelegd. Er bestaan geen subsidies voor. Ook de recreant hoeft er niet voor te betalen. De Lonneker Marken juicht dit toe en vraagt tegelijkertijd aan de buitenwacht om meer erkenning. Voor zichzelf hoeft de boer het niet te doen. En toch doet hij het. Helemaal voor nop.