Geschiedenis en cultuurhistorie van Twekkelo
Twekkelo toont zichtbare sporen van de geschiedenis. Of het nu gaat om de 3 essen, het herbergen van een van de drie oudste erven in de marken van Enschede, Het Stroot als herinnering aan het textielverleden of een van de vele rijksmonumenten. Een verleden dat in de 9e eeuw voor het eerst op schrift tot uiting komt en de moeite waard is om vast te leggen.
Geschiedenis van Twekkelo (bron: Stad en Land van Twente)
Marke Twekkelo
De vijf marken van Enschede eerst markebond geheten, later de heerlijkheid, vormden het kerspel. Gezien de ronde, onregelmatige buitenbegrenzing van het geheel van de vijf marken, waartegenover de onderlinge begrenzing der vijf marken met hun rechte lijnen zonderling afsteekt, dringt zich de gedachte op, dat de bond oorspronkelijk één geheel was. De grenzen tussen de vijf marken zouden oorspronkelijk niet vastliggen en van latere datum zijn. Daar wij echter kort na 800 reeds kennis maken met de namen Loningheri (Lonneker), Tuegloe (Twekkelo) en Thrinon (Driene), zou die absolute eenheid verder terug liggen. Voordat het kerkcentrum tot stad Enschede werd, stond het geheel der marken onder het landgericht. De landrichter, in dit geval mogelijk de heer van Enschede, was ondergeschikt aan de graaf van Twente. De gerichtsdagen werden in Enschede gehouden. Aangezien de kerk daar stond, bleef Enschede steeds het centrum. Hier kwamen geregeld de bewoners der marken. Er hadden zich uit de aard der zaak naast herbergen voor het stallen van paarden en wagens, ook handwerkslieden, als smeden en timmerlieden, gevestigd. De herberg was meestal tevens winkel voor alles, zoals men dat heden ten dage op kleine dorpen nog aantreft. Veel deed de boer zelf op zijn erve, zoals spinnen en weven. Rondtrekkende snijders maakten kleren, tegen kost en inwoning. Evenzo ging het met klompenmakers, ketellappers, enz. Het begraven der doden moest geschieden in of bij de kerk van Enschede. In de wintertijd, met onbegaanbare wegen, zal dit niet eenvoudig zijn geweest, zodat met op oude boerderijen wel eens een soort begraafplaats aantreft. De lijken werden langs bepaalde wegen, lijkwegen, naar de kerk of het kerkhof gebracht. Doop en huwelijk vonden natuurlijk ook in de kerk plaats.De marke Twekkelo bestaat uit verschillende dicht bij elkaar gelegen essen, die oppervlakkig gezien, de indruk maken van één aaneengesloten es, omdat de boerderijen er ringvormig omheen liggen. Men kent o.a. de Twekkeler es, de Grote es en de Lutje es, terwijl de marke verdeeld is in de Mensinghoek en de Gerinkhoek. Een uitgesproken centraal punt is er niet, tenzij men de school als zodanig beschouwen wil, waarbij nu ook de kerk is gebouwd. Het markerichterschap lag oorspronkelijk op de Hof te Twekkelo, later Grotenhof, ook wel Koyte geheten. Dit erve was eigendom van de heren van Bevervoorde tot Oldemeule. De ligging is echter niet bekend. Wel kent men in 1272 Rutgerus de Tueclo. Later kwam het erve aan Schukkert, om tenslotte te belanden bij het Huis te Hengelo, dus buiten de marke. In 1343 komt men in een acte over de Honhof als getuigen tegen: Rothger van Twiclo en Johan bastard van Twicklo.
Uit het schattingsregister van 1475 blijkt dat Twekkelo in 1475 bestond uit 23 boerenerven, 15 volgewaard, 5 met een halve ware en 3 met onbekend waartal. Een schatting was een speciale belasting, die door de landheer, na goedkeuring door ridderschap en steden, werd geheven als hij geldgebrek had. Het jaartal geeft het oudste bekende jaartal. Aangenomen mag wel worden dat vele dezer boerderijen beduidend ouder zijn. Men moge bedenken, dat opgave van boerenerven en de ouderdom hiervan in het verleden slechts zelden geschieden. Aangezien verkoop eigenlijk niet voorkwam voor 800, hadden boerderijen namen die aan de eigenaar deden denken. Tussen 800 en 1300 is er verandering in gekomen. Omstreeks 800 was de boerderij nog persoonlijk bezit van een boerenfamilie, die ter plaatse bekend stond. Doch na overdracht aan een veraf gevestigde eigenaar had naam van de boerderij zijn belang verloren. Mensen zijn sterfelijk. De boerderijen zullen toen geleidelijk andere namen gekregen hebben, die meer waren afgestemd op de ligging en met bewoners niets meer uitstaande hadden. Voortaan namen deze de naam over van de boerderij waarop zij woonden en waaraan zij als hofhorigen verbonden waren.
Boerderij namen en Twekkelo met hun oudste benoeming:
| Het Stroot | 1338 Thon Strode |
| Het Geerdink | 1284 Gherding |
| Het Overbeek | 1338 Averbeke |
| De Hesseler | 1475 Hesselinck |
| De Reulver | 1457 Roelving |
| Het Elkeman | 900 Uuigger/Eleking |
| Het Brunink | 1475 Bruninge |
| Het Reef | 1380 Dat Reef |
| Het Mensink | 1188 Mensinck Koten |
| Het Boordink | 1284 Baeding |
| Het Kotman | 1188 Dat Kate |
| Het Lansink | 1457 Lansing |
| De Heller | 1457 Ter Hellen |
| Het Nijhuis | 1475 Nyehus |
| Het Schukkert | 1380 Schucking |
| De Veldgeuver/De Binnengeuver | 1475 Gadevording |
| De Wesseler | 1188 Wesseling |
| De Vrieler (Olde Boer) | 1188 Vriling |
| Het Lenfert | 1475 Lentfording |
| De Welmer | 1338 Wennemaring |
| Het Bekkenveld | 1350 Beking |
| De Haimer | 1284 Hademering |
| Lutje Stroot | 1338 Luttike Stroet |
| De Horst | 1188 Domus Horst |
Markeverdeling 1839-1867 (Twekkelo 1866-1867)
Rondom de stad Enschede met haar zeskantig stadwigbold lagen nog steeds, sinds eeuwen, de oude marken. Elke marke had buurschappen met essen en de daarbij liggende overoude boerenerven. Bij elk oud gewaard erve hoorde een deel van de esgrond, alsmede vlak bij het erve gelegen weiden, tuinen en bosschages. Het overige terrein, bestaande uit heidevelden, venen, plassen, bossen, wilde weiden, broekgronden enz. was nog steeds bezit der gezamenlijke gewaarde erven. Deze gronden waren onvervreemdbaar en er kon slechts door het markebestuur over worden beschikt. In feite beschouwde men deze grond, vooral de heide, althans in een vroeger stadium, als waardeloos. Door de algemene vooruitgang en de aanwas der bevolking begon er echter belangstelling te komen voor die braakliggende gronden. In april 1866 werd een verdelingsplan vastgesteld en goedgekeurd in mei 1867. Verdeeld werden 1070 ha., hetgeen deels naar waartal, deels naar grondbezit geschiedde. Van de marke Twekkelo zijn de markeboeken niet te vinden. De marke bestond uit 20 gewaarde erven.Volkstelling Enschede
11 maart 1801Stad Enschede 1835 zielen (349 katholieken)
Marke Eschmarke 1583 zielen
Marke Usselo 1021 zielen
Marke Lonneker 1256 zielen
Marke Twekkelo 431 zielen
Marke Drynen 547 zielen
Marke Boekelo 407 zielen
Totaal 7080 zielen
Geschillen met Enschede door de eeuwen heen
In 1617 is er een kwestie tussen de vijf marken van het gericht Enschede en de burgemeesteren van de stad Enschede, die op grond van hun in 1422 geschonken recht, jaarlijks tien wagenvrachten hout uit de marken mochten halen. Hiertegen werd reeds jarenlang geprotesteerd door de marken, die daarbij werden gesteund door de grondbezitters Bernard Cerniago uit Usselo en de drost Unico Ripperda, heer te Boekelo en Hengelo.In 1837 was door de voortdurende uitbreiding der industrie al spoedig gebrek aan woonhuizen. De gemeente Lonneker was niet erg gesteld op het vestigen van fabrieken of woonhuizen op haar agrarisch gebied. Het kleine stukje Enschede in zijn zeshoek (61 ha.) zou al gauw geen mogelijkheden meer bieden voor een goede ontplooiing. Dit was de reden, waarom in 1837 door het gemeentebestuur van Enschede reeds pogingen werden gedaan om bij Lonneker gebieduitbreiding te verkrijgen. Het zou echt nog bijna 50 jaar duren, voor men in 1884 enig resultaat bereikte. In de jaren 1921 en 1922 was er een corrspondentie tussen Enschede en Lonneker waarbij Lonnneker aanbood een kleine kring om Enschede aan deze gemeente af te staan, hetgeen niet werd geaccepteerd. In 1884 had Enschede reeds 622 ha. gekregen, nu wilde Enschede 5.000 ha. Enschede motiveerd haar verzoek met stationsuitbreiding, havenaanleg, huizenbouw enz. Lonneker betitelde Enschede destijds met termen als 'annexatielust'en 'imperialistisch streven' In 1934 zijn Enschede en Lonneker samengevoegd.
De boerderij op haar grond; het huis, het erf en de marke
(Bron: 'Boerderijen in Twente' van H. Hagens, uitgeverij Matrijs 1992)Erven in nederzettingen
Het boerenland van Twente kunnen we, historisch gezien, globaal in twee delen onderscheiden:a) de aloude boerenerven met hun bouw- en weidelanden, zoals deze voorkwamen in de middeleeuwen, opgetekend in onder andere her Schattingsregister van 1475 en in her Verpondingsregister van 1601;
b) de erven, gesticht in de 19e en 20e eeuw op de gronden, die na de markeverdelingen waren ontgonnen. Het is met name de eerste groep, die voor een groot deel de karakteristiek en de aantrekkelijkheid van bet Twentse land bepaalt. Zowel in de vlakke als in de meer heuvelachtige delen liggen de oude bouwlanden als verhevenheden, soms van slechts enkele meters, maar toch duidelijk waarneembaar in hetland. Overal valt op, hoe de boerderijen lijken schuil te gaan achter die bouwlanden. Slechts de geveltoppen of de daken steken er bovenuit. Met de rogge in volle rijpheid op het land was die indruk nog sterker. De boerderijen liggen aan de voet van die hogere bouwlanden, op de grens tussen deze en de lager liggende weiden. Her karakter van zulke boeren nederzettingen verschilt van plaats tot plaats, van marke tot marke, soms zelfs binnen eenzelfde marke, wanneer deze uit meer buurtschappen bestaat. AI naar gelang van de grootte van de stukken bouwland spreekt men van:
- es als het een groot aaneengesloten complex betreft, waar vrijwel alle boeren
in de marke een stuk van in bezit hebben. De eerste essen zijn mogelijk al in de
10e-12e eeuw ontstaan;
- kamp (of 'eiland-es') als het gaat om een kleiner stuk, in bezit van een boer of enkele boeren.
Ten aanzien van de nederzettingen bij de grote aaneengesloten essen zijn meerdere typologische aanduidingen mogelijk.
Flank-es-nederzetting
Bij de flank-es-nederzetting liggen de boerderijen in een rij langs een van de zijden. Deze variant komt slechts in een tiental buurtschappen voor.In het oostelijk en westelijk deel van Twekkelo onregelmatig in een boog, als 'zwerm'. Verder is er sprake van een bijna gesloten kransvorm.
- Krans-es-nederzetting
Als de boerderijen in een kring rondom de es liggen spreekt men van een krans-es-nederzetting. Zoals hiervoor aangegeven doet dit gedeeltelijk ook voor de essen in Twekkelo opgeld.
- Zwerm-es-nederzetting
Bij zwerm-es-nederzettingen liggen de boerderijen onregelmatig verspreid rondom of bij een es, bijvoorbeeld wanneer deze es zelf een onregelmatige of door insnijdingen (beekdalen) gelobde vorm te zien geeft. In Twekkelo kan dit beeld ook waargenomen worden.
- Kern-es-nederzetting
Boerderijen, die dicht bijeen gegroepeerd liggen, als een dorpje bij de es of in een insnijding vormen een kern-es-nederzetting.
Essen in Twekkelo
Alle boerderijen liggen in een aaneengesloten es-complex bestaande uit de Twekkeler Es, de Grote Es en de Lutje Es of Kleine Es. Deze essen zijn het resultaat van een verandering die zich zo'n 1000 jaar geleden voordeed. Men schakelde over van vee dat in het bos werd gehouden naar plaggen landbouw. Daarbij werden bomen gekapt en de schrale zandgrond werd verbeterd door plaggen en mest uit de potstallen op te brengen. Dat zorgde na ca. 700 in de loop van honderden jaren voor de typerende bolle ligging.Kampen en maten in Twekkelo
Naast de door de gemeenschap gevormde essen zijn de kampen karakteristiek voor het Twekkelo. Toen na 1400 de bevolking toenam en aan de essen geen ruimte meer was voor nieuwe boerderijen, ontgonnen kleine boeren stukjes grond bij de beekdalen en maakten daar hun eigen kleine es voor eigen gebruik. Deze individuele essen werden kampen genoemd. Toen de grond schaars werd ging men over tot het exploiteren van ook de lager gelegen vochtige terreinen. Deze maten werden gebruikt om plaggen te steken en vee te weiden. Het verschil in hoogte tussen de kampen en de maten werd daardoor alleen maar groter en die verschillen zijn nog steeds medebepalend voor het landschap.Nog steeds vinden we de voor een kleinschalig landschap karakteristieke houtwallen om de maten en kampen. Deze houtwallen hielden het vee binnen en het wild buiten. Daarnaast dienden ze als windsingels en leverancier van brand- en geriefhout.