Zoutwinning in Twekkelo
Al tientallen jaren wordt uit de bodem van Twekkelo en recentelijk Usselo
zout gewonnen door Akzo Nobel in Hengelo. Het eerste zout werd op 17 maart
1919 in Boekelo van een diepte van 325 meter naar boven gehaald. Na de
aanleg van het Twentekanaal in de dertiger jaren werd een nieuwe fabriek
gebouwd in Hengelo. Het principe is eenvoudig: water wordt naar beneden
gepompt, waar het steenzout oplost dat als pekel weer naar boven wordt
gepompt. Deze pekel wordt naar de fabriek gevoerd waar verwerking
plaatsvindt.
Waar in eerste instantie vooral zout voor consumptie werd gewonnen, wordt
nu het overgrote deel van de productie voor industriële doeleinden
aangewend. Het winnen van zout heeft tot grote onderaardse ruimten geleid,
de zogenaamde zoutcavernes. Bodemverzakkingen worden hieraan
toegeschreven. De eerste bodemzakking op het AKZO-terrein was in 1963. Op
18 januari 1991 ontstond aan Enschedese Havenweg het 'gat van Hengelo',
veroorzaakt door boring 70 (zie onderstaande foto). Onduidelijk lijkt nog
steeds wat de risico's zijn voor bebouwing. Hiernaar hebben reeds meerdere
onderzoeken plaatsgevonden. Zo zal nieuw onderzoek moeten uitwijzen of de
beoogde locatie voor de puinbreker van TRM (Twentse Recycling
Maatschappij) wel veilig is. De huidige technieken voor winning van zout leveren geen
zoutholtes op met een risico van bodemverzakking, zoals gemeld wordt in
het onderstaande krantenartikel. Dat ligt anders met oudere boorputten.
Hoewel men de kans op bodemverzakking gering acht stelt geen der
betrokkenen zich verantwoordelijk in geval zich schade zou voordoen. De
meest risicovolle cavernes bevinden zich bij de afvalverwerking
Boeldershoek en in de nabijheid van de bedrijfsvestiging van Akzo Nobel.
Op de
digitale atlas op deze website zijn de
cavernes in kaart gebracht.