Landschap
Flora en vegetatie
Doordat het landschap van Twekkelo opvallend klein verkaveld is, heeft zich een fraaie afwisseling ontwikkeld met als gevolg een grote rijkdom aan soorten begroeiing. Langs de akkers zijn de oevers van de beken bedekt met grote brandnetels. Maar stroomt de beek langs extensiever gebruikt grasland, dan vindt u watermunt, dotterbloem, watereppe, dubbelloof, ruwe en bochtige smele, bosbies, moerasandoorn en egelboterbloem. Grote waterweegbree, brede waterpest, ondergedoken moerasscherm en watrerviolier groeit in sommige beektrajecten.
In vrijwel elk perceel van Twekkelo is gekeken of er de bij het betreffende vegetatietype bijbehorende +, 0 en - soorten groeiden. Aanwezigheid van + soorten duidt op een goed ontwikkeld vegetatietype en/of specifieke milieuomstandigheden zoals kwel of een laag bemestingsniveau. Deze soorten zijn vaak zeldzaam. De 0 soorten zijn de algemene soorten, kenmerkend voor het vegetatietype en - soorten zijn storingsindicatoren. Er is tevens gekeken naar de aanwezigheid van zogenaamde "rode lijsC en "AA"-soorten. Dit zijn zeldzame plantensoorten die in hun voortbestaan bedreigd worden (rode lijst) of niet-zeldzame soorten die op een goed milieu duiden. In Bijlage 1 zijn alle in Twekkelo voorkomende rode lijst en AA-soorten opgenomen.
's Zomers wordt een belangrijk gedeelte van de akkers gebruikt voor de teelt van gerst, tricica le, rogge en haver. Later in het seizoen vindt u veel maïs op de velden. Veel van de gewassen worden tot veevoer verwerkt maar ook het reewild profiteert dankbaar van wat de akkers te bieden hebben. Hier en daar worden aardappels en rogge verbouwd. Bijzondere akkeronkruiden zijn niet aangetroffen.
In en rondom een aantal vijvers en poelen in Twekkelo zijn goed ontwikkelde water- en oevervegetaties aangetroffen, met Drijvend fonteinkruid, Waterlelie, Grote egelskop, Witte en Bruine snavelbies naast de meer algemene soorten als Kattestaart, Gele lis, Moerasspirea, Gewone wederik, Moerasvergeet-me-nietje en Grote lisdodde. In deze mooi omzoomde poelen werd meestal ook de Kamsalamander aangetroffen. Stolwijk (1993) vindt ook nog Duizendknoopfonteinkruid en Witte waterranonkel.
In sommige beektrajecten (met name in de Makkenbroekerbeek en het Hengelose gedeelte van de Schoolbeek) en in enkele sloten -roeit Grote waterweegbree, Brede waterpest, Ondergedoken moerasscherm en Waterviolier. De oevers staan op plaatsen met intensief agrarisch gebruik geheel vol met Grote brandnetels. Wanneer de beek echter langs extensievere graslanden of door bosjes stroomt, vindt men Watermunt, Dotterbloem, Watereppe, Dubbelloof, Ruwe en Bochtige smele, Bosbies, Moerasandoorn en Egelboterbloem. Met de eutrofiëring van sloten en beken valt het dus soms best mee. Extensiever gebruik van percelen langs de waterlopen zou deze bijzondere vegetatie een positieve impuls geven.
De sloot langs het talud voor het Twentekanaal wordt aan het begin, ter hoogte van de Auke Vleerstraat, ernstig vervuild door afvalwater afkomstig van het transportcentrum. Pas ter hoogte van de gemeentegrens met Hengelo begint de waterkwaliteit te verbeteren. Hier wordt dan ook Drijvend fonteinkruid, Aarvederkruid en Dotterbloem aangetroffen. Duidelijk is dat de sloot ecologisch kansrijk is, maar niet tot volle ontwikkeling kan komen zolang de lozingen doorgaan.
De meeste weilanden in Twekkelo worden intensief beheerd en zijn weinig soortenrijk. De laatste jaren zijn een aantal voorheen intensief beweide graslanden in extensieve hooilanden of zelfs verruigde weilanden veranderd. Veel laag gelegen grasland wordt pas na het broedseizoen betreden waardoor de vogelstand alle kansen krijgt zich te ontplooien. Opvallend is dat de + soorten snel terugkeren. Een aantal matig vochtige hooilanden staat weer vol met Gladde en Gestreepte witbol, Grote vossestaart, Duizendblad, Bleke klaproos, Gewoon biggekruid, Echte koekoeksbloem, Muizeoor, Veldzuring, en Fioringras. Een enkele keer zijn zelfs het Zandblauwtje en de Breedbladige wespenorchis aangetroffen!
Matig voedselrijke natte en moerassige weilanden zijn iets talrijker. Daar vinden we Geknikte vossestaart, Moerasrolklaver, Brosse melkdistel, Rood zwenkgras, Fluitekruid, Timotheegras, Pinksterbloem, Grasmuur, Scherpe en Kruipende boterbloem, Biezeknoppen, en op sommige plekken ook Moerasvergeet-nie-nietje, Echte koekoeksbloem en Margriet. Langs de laagste gedeelten gaat de vegetatie vaak over in een moeras.
De grazige wegbermen langs de Strootsweg, de burg. Stroinkstraat, de Twekkelerweg en de
Baardinksweg zijn op sommige plekken zeer rijk aan bloemen. Duizendblad, Bereklauw, Koninginnekruid, Witte dovenetel, Akkervlooltje, Robertskruid zijn zeer algemeen.
Op sommige plaatsen treffen we Speenkruld, Bosanemoon, Dagkoekoeksbloem, Bleke klaproos, Echte koekoeksbloem, Gewone spurrie, Akkervergeet-me-nietje en Schapegras aan.
In percelen grenzend aan maisvelden en volkstuintjes zien we direct de gevolgen van overbernestinla. Massale brandnetelvelden en ondoordringbare braamstruwelen overwoekeren wegbermen en sloten. Deze verdwijnen echter geleidelijk weer als dit intensieve landgebruik ophoudt.
Ruigtes komen in Twekkelo vooral voor rond plaatsen waar zoutboringen plaatsvinden. Meestal zijn ze vrij nat en overheersen Bijvoet, Akkerdistel, Harig wilgeroosje, Gewone ennepnetel en Grote brandnetel.
Heide vinden we in Twekkelo vooral op schrale houtwallen en op een paar kleine veldjes vlak naast de A35 en de Tienbunderweg. Naast de Struik- en Dopheide vinden we hier Pijpestrootje en Gage.
Het grootste heideveld van Twekkelo ligt rondom het Zwarte Ven op landgoed 't Stroot. Hier worden de berken en dennen soms gerooid om de heide extra kans te geven. Het Zwarte Ven zelf is van uitzonderlijke helderheid. In ondiepe stukken groeit Waternavel, Dwergbies en Waterpostelein. De oevervegetatie bestaat vooral uit Pijpestrootje en Gagel, waartussen veenmos (Sphagnurn sp.) groeit. Het Gagelstruweel strekt zich een eind uit en gaat naarmate het droger wordt over in heide. In het beheersrapport van het Zwarte Ven (Zoon, 1993) wordt ook melding gemaakt van Veenpluis, Veensikkelmos en Veelstengelige waterbies. Het Zwarte Ven is niet toegankelijk voor publiek (zoals andere delen van het Stroot) en is dus ongestoord.
Arm loofbos, al of niet gemengd met naaldbomen, treffen we vooral rondom landgoed het Stroot aan. Eik, Berk en Grove den bepalen de kroonlaag. In de onderlaag vinden we veel Lijsterbes en langs slootranden ook Sporkehout. In de kruidlaag zijn Adelaarsvaren, Blauwe bosbes, Wilde kamperfoelie en Rankende belmbloem vrij algemeen. Op sommige plekken in de bossen van het Stroot is ook de zeer zeldzame Gebogen drieboeksvaren gevonden (Spree, 1991).
Meer algemeen is het vrij droge matig voedselrijke eiken-beukenbos. Vaak zijn er binnen dit bostype slecht gedraineerde dieper liggende gedeelten aanwezig, waar els en wilg dominant worden. Een aantal bospercelen heeft ernstig te lijden onder mest- en maaiafvalstortingen, waardoor plaatselijk sterke voedselverrijking optreedt. Meestal zijn deze afvalhopen geheel bedekt met Grote brandnetel en jonge Vliertjes. Ook zijn enkele bosjes bezaaid met zwerfvuil.
Desalniettemin bezit Twekkelo nog een groot aantal mooie kleine bosjes met grote ecologische waarde. Hier wordt de struiklaag gekarakteriseerd door Hazelaar, Hulst, Lijsterbes, Vogelkers, Sporkehout en hier en daar Tweestijlige meidoorn. In de kruidlaag zien we tamelijk veel Brede stekelvaren, Groot heksenkruid, Klimop, Schaduwgras, Grootbloemige muur, Witte klaverzuring, Dalkruid, Bosanemoon, Speenkruid en Lelietje van dalen. Af en toe vinden we ook de Veelbloernige salomonszegel, Bosgierstgras, Slangekruid en Koningsvaren.
Als het bos steeds natter wordt en op sommige plaatsen zelfs overgaat in broekbos vinden we Gele lis, Gele dovenetel en Zwarte zegge. Op een beperkt aantal, zeer moeilijk toegankelijke plekken zijn ook Bochtige smele, Bosandoorn, Blauw glidkruid, Groot moerasscherm, Schaafstro, Kleine watereppe, Witte en Bruine snavelbles aangetroffen.
Deze kleine landschapselernenten komen voor als erfscheldingen, als geriefhoutbosjes en langs wegen. Ze verliezen steeds meer terrein (ze worden "opgeruimd" of sterk uitgedund) en hebben ook veel te lijden onder de aanvoer van voedselrijk water door sloten die meestal naast de houtwallen lopen. Dit resulteert in overwoekering door Vlier, Braam of Grote brandnetel. Toch zijn er in Twekkelo nog een aantal zandweggetjes te vinden die omgeven zijn door droge houtwalletjes van goede kwaliteit. Langs deze lintvormige houtopstanden is er een duidelijke gradiënt zichtbaar van droog en voedselarrn (op het wallichaam) naar nat en voedselrijk (langs de slootrand). Bovenop de wal onder de berken en eiken groeit dan Kamperfoelie, Schapegras, Schermhavikskruid, Struisgras, Schaduwgras en Hengel. Hier en daar vinden we Struikheide en Dopheide. Aan de slootkant groeien Biezenknoppen, Kattestaart of Zwarte zegge.
De wat vochtiger voedselrijke houtwallen die niet te sterk geëtitrofieerd zijn, bevatten Groot heksenkruid, Gewoon nagelkruid, Witte klaverzuring, Hop, Speenkruid, Grootbloemige muur, Hondsroos en Gelderse roos. Els en Wilg zijn de belangrijkste bomen.
De inventarisaties van Floron (Stolwijk, 1989-1993) geven ook een indicatie van de soortenrijkdom. De meeste gebieden hebben meer dan 151 plantensoorten per kilometerhok. Het aantal Rode Lijstsoorten varieert van 0 tot 6 en het aantal aandachtssoorten (AA) ligt tussen 11 en 30 per kilometerhok.
Copyright © 2013 Vereniging Behoud Twekkelo.
Alle rechten voorbehouden.