Monumenten in Twekkelo (bron: Het Oversticht)

(zie ook digitale atlas Twekkelo)


Boortoren Boekeloseweg


images/M_boortoren_boekeloseweg27.jpg 

Geteerde houten toren (nr. 27), die zich naar boven verjongt onder een getoogd dakje. De toren is samengesteld uit een houten gebintwerk, geplaatst op betonnen poeren en bekleed met staande houten delen. De vloer is met oorspronkelijke klinkers bestraat. In de toren rechtgesloten houten vensters met roedenverdeling.
De zouttoren is van cultuur-, architectuurhistorisch en stedebouwkundig belang vanwege:
- de betekenis van de zoutwinning voor de sociaal-economische geschiedenis van Hengelo en omgeving,
- de bijzondere typologie van de toren,
- de beeldbepalende ligging van de toren in het landschap,
- de redelijk hoge mate van gaafheid.



Boortoren Mensinkweg


images/M_boortoren_mensinkweg.jpg 

Boortoren voor het omhoog pompen van water uit de zoutlagen, die de Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie na het verkrijgen van de boorconcessie in 1933 in het zoutwinningsgebied bij Hengelo plaatste. Inmiddels zijn de meeste boortorens vervangen door lage pompgebouwtjes. De toren is identiek aan de torens Boekeloseweg (nr. 27) en Rougoorweg (nr. 16). De ligging van de torens nr. 27, 16 en 44 op het terrein van de zoutfabriek legt een directe relatie met de verwerking van het zout.

Geteerde houten toren (nr 44) die zich naar boven verjongt onder een getoogd dakje. De toren is samengesteld uit een houten gebintwerk, geplaatst op betonnen poeren en bekleed met staande houten delen. De vloer is met oorspronkelijke klinkers bestraat. In de toren rechtgesloten houten vensters met roedenverdeling.

De zouttoren is van cultuur-, architectuurhistorisch en stedebouwkundig belang vanwege:
- de betekenis van de zoutwinning voor de sociaal-economische geschiedenis van Hengelo en omgeving
- de bijzondere typologie van de toren
- de beeldbepalende ligging van de toren in het landschap
- de redelijk hoge mate van gaafheid



Boortoren Rougoorweg


  

BOORTOREN voor het omhoog pompen van water uit de zoutlagen, die de Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie na het verkrijgen van de boorconcessie in 1933 in het zoutwinningsgebied bij Hengelo plaatste. Inmiddels zijn de meeste boortorens vervangen door lage pompgebouwtjes. De toren is identiek aan de torens Mensinkweg (nr. 44) en Boekeloseweg (nr. 27). De ligging van de torens nrs, 27, 16 en 44 op het terrein van de zoutfabriek legt een directe relatie met de verwerking van het zout.

Geteerde houten toren (nr. 16), die zich naar boven verjongt onder een getoogd dakje. De toren is samengesteld uit een houten gebintwerk, geplaatst op betonnen poeren en bekleed met staande houten delen. De vloer is met oorspronkelijke klinkers bestraat. In de toren rechtgesloten houten vensters met roedenverdeling.

De zouttoren is van cultuur-, architectuurhistorisch en stedenbouwkundig belang vanwege:
- de betekenis van de zoutwinning voor de sociaal-economische geschiedenis van Hengelo en omgeving
- de bijzondere typologie van de toren
- de beeldbepalende ligging van de toren in het landschap
- de redelijk hoge mate van gaafheid



Reef's Frederik


images/boerderij_reefs_frederik.jpg 

Zie ook overzicht van boerderijen: Reefs Frederik



Doopsgezinde schuilkerk


images/M_haimer.jpg 

Adres: Haimersweg 225

Zie ook overzicht van boerderijen: De Haimer

Vakwerkschuur, waarin de Doopsgezinde in de 17e eeuw in het geheim godsdienstoefeningen hielden. De wanden geheel met planken gedicht. Staande op erve "De Haimer".



De schukkink


images/M_schukkink.jpg 

Adres: Burgemeester Stroinkstraat 320

Zie ook overzicht van boerderijen: Het Schukkink

Boerderij van het hallehuistype uit 1908 met aangebouwde schuur naar een ontwerp van de timmerman H.C. Geerdink uit Usselo. Op deze plek stond voor die tijd een los hoes dat in 1908 in opdracht van J.K. Schukkert is verbouwd tot de huidige boerderij. De gevels van het woonhuisgedeelte zijn op bijzondere wijze gedecoreerd met wit gepleisterde sierbanden. Het sober uitgevoerde interieur van het woonhuisgedeelte van de boerderij verkeert in originele staat. De boerderij staat iets teruggerooid evenwijdig aan de Burg. Stroinckstraat met de voorgevel naar het oosten georiënteerd. De twee schuren ten noorden van de boerderij zijn zodanig verbouwd zijn dat ze voor de bescherming van ondergeschikt belang zijn maar wel bepalend voor de kwaliteit van het erf. Aan de zuidkant van de boerderij ligt een gecombineerde sier- en moestuin, voor de boerderij een grote boomgaard.

Grote boerderij van het hallehuistype met krimp en tegen de rechter zijgevel (N) van het bedrijfsgedeelte aangebouwde schuur onder met muldenpannen gedekte zadeldaken. Achter de krimp zijn de dakschilden boven het bedrijfsgedeelte van de boerderij verlengd. Op de nok twee schoorstenen. De gevels zijn boven een grijs geschilderde gepleisterde plint opgetrokken in bruine baksteen. De gevels van het woonhuisgedeelte zijn opgesierd met witte gepleisterde horizontale sierbanden, die in de geveltop van de voorgevel (O) overgaan in een soort klimmend keperboogfries.
De plint van de symmetrische voorgevel (O) is opgetrokken tot de waterlijst tussen de waterdorpels van de begane grondvensters. Aan weerszijden van de centrale entreepartij met opgeklampte deur aan elke kant twee T-vensters met achtruits bovenlichten onder wit gepleisterde met geometrische motieven versierde lateien. De drie roosvensters in de geveltop zijn opgenomen in de horizontale witte banden. In de nok een makelaar met trekbalk. De vensters en deuren in de zijgevels van het woonhuisgedeelte (N en Z) zijn identiek uitgevoerd als in de voorgevel. In de zijgevels van het bedrijfsgedeelte grote en kleine stalvensters en eenvoudige staldeuren. De voorgevel (O) van de aangebouwde schuur heeft een beschoten top. De oorspronkelijke baander in deze gevel is dicht gezet. De achtergevel (W) bestaat uit twee topgevels met beschoten geveltoppen. In de rechter topgevel een centrale baander tussen vensters met roedenverdeling en staldeuren onder rondbogen met witte sierstenen. Links de achtergevel van de aangebouwde schuur met lage baander onder segmentboog en kleine vensters met roedenverdeling onder rondbogen.

Boerderij van architectuurhistorisch en stedebouwkundig belang vanwege:
- de eigentijdse vormgeving en de bijzondere ornamentiek van het woonhuisgedeelte
- de redelijke mate van gaafheid van het exterieur
- de gaafheid van het interieur van het woonhuisgedeelte
- de ensemblewaarde van het erf in samenhang met de tuin en de boomgaard
- de beeldbepalende situering langs de Burg. Stroinkstraat onder de rook van Enschede



Boerderij "De Horste"


images/M_horst.jpg 

Adres: Burgemeester Stroinkstraat 341

Zie ook overzicht van boerderijen: De Horst / De Pöppel

Boerderij met zadeldak en houten geveltoppen. Voorgevel en bovenkamer op plint van Bentheimer steen. Bovenkamer in vakwerk, gevelsteen 1778.



Badhuisje Villa


images/M_badhuis.jpg 

Adres: Burgemeester Stroinkstraat 395

Houten Badhuisje met een op plattelandsarchitectuur geïnspireerde vormgeving dat in 1922 in opdracht van de textielfabrikant H.W Ter Kuile is gebouwd in een vijver op het landgoed 't Lansink. Het werk is uitgevoerd door de aannemer H.J. Asveld uit Usselo die het waarschijnlijk ook heeft ontworpen. De vijver en het huisje zijn nu onderdeel van de tuin bij een na-oorlogse villa van de architect Borel uit Hilversum die eveneens in opdracht van de familie Ter Kuile is gebouwd.

Het houten huisje op standvinken in de vijver heeft een min of meer vierkante plattegrond onder een rietgedekt samengesteld schild-zadeldak. De wanden bestaan uit bruin geschilderde rabatdelen. De overstekende kap rust op de houten kolommen van de galerij met lattenhek die rond het huisje loopt en die onder de steekkap aan de voorzijde (Z) risaleert. Aan de noordzijde geeft een loopplank toegang tot de galerij. De achtruitsdeuren in de voorgevel (Z) kunnen helemaal weggeklapt worden. De vensters aan weerszijden van deze deuren hebben een roedenverdeling. Achter de deur in de noordgevel is de trap naar de zolder aangebracht. Het centrale hoofdvertrek van het huisje heeft een driezijdig afgesloten achterwand (N) met ingebouwde vitrinekasten. Links van dit vertrek een kleedkamer en rechts een opslagruimte.

Badhuisje van cultuur-, architectuurhistorisch en stedebouwkundig belang vanwege:
- de oorspronkelijke functie als badhuisje van de familie ter Kuile
- de typologie en de bouwstijl
- de gaafheid van zowel het ex- als interieur
- de zeldzaamheid van een dergelijk badhuisje
- de bijzondere situering in de vijver



Bakspieker


images/M_bakspieker.jpg 

Zie ook overzicht van boerderijen: De Heller

In aanleg vermoedelijk nog 18e eeuwse vakwerk bakspieker. Uit vakwerk met baksteen opgetrokken gebouwtje onder met pannen gedekt zadeldakje tussen met hout beschoten topgevels waarlangs windveren. Topschoorsteen. Deur en 4-ruitsvensters.
Inwendig eikehouten gebintconstructie. Het belang van deze vakwerkbakspieker is gelegen in zijn traditionele constructie en materiaalgebruik en de inmiddels betrekkelijke zeldzaamheid van het type.



Zwerfsteen


images/M_zwerfsteen.jpg 

Zwerfsteen op landgoed Christinalust. Scheiding Usseler- en Twekkelermarke.



Het Stroot


images/M_stroot_huis.jpg 

Buitenplaats "Het Stroot" bestaande uit monumentaal Landhuis in eclectische stijl (ontstaan voor 1865, verbouwingen in 1884, 1922 en ca. 1930), Tuinaanleg (net als het huis in verschillende perioden tot stand gekomen) KOETSHUIS met inpandige KOETSIERSWONING (ca. 1917), BOERDERIJ (1917) met HOUTEN SCHUUR (voor 1850), SPEELHUISJE (jaren '20) en POORT (XVIIa).
G.J. van Heek kocht het landgoed in 1865 van zijn oom en tante Roessingh Udink-van Heek die het in 1819 hadden verworven. Aanvankelijk stond op Het Stroot een eenvoudig semi-permanent onderkomen, waarschijnlijk een koepel. In 1884 is de koepel vergroot tot een zomerhuis in eclectische trant. Een gevelsteen in de achtergevel (N) met de tekst: "Deze steen gelegd door Ludwig, Alida, Jan, Christine, Bertha, Auguste, Gerrit Jan, Arnold van Heek, November 1884" herinnert aan deze verbouwing. In 1922 volgde opnieuw een uitbreiding van het huis in opdracht van A.H. van Heek. In dat jaar is tegen de oostgevel een nieuw entreeportaal gebouwd en tegen de westgevel een grote serre. Daardoor verhuisde de hoofdingang van de zuidgevel naar de oostgevel. Niet lang daarna is omstreeks 1930 de serre met loggia tegen de zuidgevel aangebouwd en is het interieur gemoderniseerd. De indeling van de verdieping en de uitmonstering van de slaapkamers met ingebouwde kasten en wastafels dateert ook uit die tijd. De hal op de begane grond en het trappenhuis zijn ontworpen door de architect A.K. Beudt. Het koetshuis met koetsierswoning dateert waarschijnlijk uit 1917, hetzelfde jaar waarin de boerderij is gebouwd. De houten schuur is voor 1850 gebouwd.
De bebouwing staat aan de noordwestzijde van het min of meer rechthoekige terrein. Het terrein is naar binnen gekeerd doordat de tuin is aangelegd binnen een rand van loof- en naaldbos. De begrenzingen van het terrein worden gevormd door drie wegen: de Strootsweg aan de noord-oostzijde, de Hofdijk aan de noord-westzijde, een onverharde weg aan de zuid-westzijde. De rand van het bos vormt de grens aan de zuid-oostzijde. Het huis, met terrassen van Bentheimer zandsteen, staat op een verhoging in de deels landschappelijk en deel geometrisch aangelegde tuin, in 1865 ontworpen door D. Wattez in opdracht van G.J. van Heek. De tuin is gereorganiseerd (datum onbekend) door P. H. Wattez. Omstreeks 1920 heeft H. Copijn een bloementuin in de middenas aangelegd. In 1925 is in de tuin een tuindeel met bassin en muurwerk aangebracht naar ontwerp van Th.J. Dinn. In een klein gedeelte van de tuin zijn na de 2e wereldoorlog door Mien Ruys wijzigingen aangebracht. Later aangebrachte wijzigingen zijn onder andere een vereenvoudiging in de vormen van de bloemperken in de tuin ten zuidwesten van het huis.
De bescherming van de tuin richt zich op het landschappelijk aangelegde deel en de twee geometrische tuindelen rondom het huis. Het koetshuis en het boerderijcomplex ten westen van het huis zijn van de tuin gescheiden door een drie meter hoge gemetselde muur. Het speelhuisje staat aan de rand van de wei ten zuiden van de tuin. De moestuin en het oude koetshuisje uit ca. 1884 zijn voor de bescherming van ondergeschikt belang. De poort is afkomstig van het huis Hengelo en in 1901 bij het begin van de oprijlaan naar het huis vanaf de Strootsweg geplaatst.

Buitenplaats met landhuis, tuinaanleg en bijgebouwen van cultuur-, architectuur-, tuinhistorisch en stedebouwkundig belang vanwege:
- de grote betekenis van het landgoed als één van de oudste complete negentiende eeuwse fabrikantenbuitenplaatsen in Twente
- de wijze waarop het samengestelde bouwvolume van het huis en de gefaseerde tuinaanleg de karakteristieke ontwikkeling laat zien van de Twentse buitenplaats, te weten van (eenvoudige) theekoepel, via semi-permanente tot permanente buitenplaats met tuinaanleg.
- de vormgeving en de redelijke mate van gaafheid van de verschillende onderdelen
- de functionele en ruimtelijke relatie tussen de onderdelen en de zorgvuldige onderlinge afstemming van huis en tuin, waarbij gebruik is gemaakt van zichtlijnen en symmetrie-assen.

Monumentaal Landhuis (1865- 1930) van twee bouwlagen op een samengestelde plattegrond onder een afgeknot schilddak met leien in Maasdekking. De gevels zijn boven een natuurstenen plint wit gepleisterd. De hoofdentree tot het huis bevindt zich in het uitgebouwde entreeportaal in de noordoostgevel aan de straatzijde. De overluifelde getoogde deur wordt geflankeerd door smalle glas-in-loodvensters. Het balkon boven de ingang heeft een balustrade van gedraaide balusters met sierbollen op de hoeken. Behalve het recht gesloten balkonkozijn hebben de vensters in deze gevel getoogde bovenlichten. Het aanzicht van de zuidoostgevel wordt gedomineerd door de grote serre en daarboven de loggia onder een met leien gedekt schilddak. In de door hoekpilasters geflankeerde afgesnoten hoeken aan weerszijden van de serre zijn boven de recht gesloten ingangspartijen in het pleisterwerk de contouren te zien van de Tudorbogen die hier bij de verbouwing in 1884 waren aangebracht. De vensters en deuren in de serre zijn voorzien van stalen kozijnen. De rondbogen van de T-vensters op de verdieping worden voortgezet in de rondboogarcades met balustrades van de loggia. De grote serre aan de zuidwestgevel heeft schuifdeuren en vensters met grote glasruiten onder een doorlopende reeks bovenlichten. Op de verdieping geven drie balkondeuren onder getoogde bovenlichten toegang tot het balkon boven de serre met een balustrade van kleine gedraaide balustertjes. Links tegen de noordwestgevel een aanbouw onder balkon en rechts daarvan een lager gedeelte onder plat dak.
In de gevel vensters en balkondeuren onder getoogde bovenlichten. In de dakschilden aan de noord-, oost- en westgevel dakkapellen onder iets getoogde kapjes. De grotere dakkapel boven de ingang aan de oostzijde is uitgevoerd met fronton en wangen. Op het snijpunt van de nokken aan de zuidgevel een achtkantig klokketorentje met driepasbogen onder een achtzijdig tentdakje.
In het interieur zijn onder meer van belang het vertrek aan de westkant van het huis waarin tegen de oostwand een betegelde haard en het goudleerbehang (1884 of daarvoor) bewaard zijn gebleven. De kamer met de afgesnoten hoeken aan de zuidzijde heeft met stucplafond met opgelegd lijstwerk in geometrische patronen en de hal die is uitgevoerd met een paneellambrizering, rijk uitgevoerde trap en een betegelde garderobe met dubbele wastafel.

Monumentaal landhuis van cultuur-, architectuurhistorisch en stedebouwkundig belang
- als voorbeeld van een karakteristieke Twentse textielvilla waarvan de negentiende eeuwse kern (de theekoepel) nog aanwezig is
- vanwege het samengestelde bouwvolume waarin de verschillende bouwperioden te herkennen zijn
- vanwege de gave interieuronderdelen die nog in het huis aanwezig zijn
- vanwege de hoge ensemblewaarde als hoofdonderdeel van de buitenplaats



Poort op 't Stroot


images/M_stroot_poort.jpg 

Zandstenen poort van het verdwenen huis Hengelo. Gebeeldhouwd fries met jachttaferelen.



Speelhuisje op 't Stroot


images/M_stroot_speelhuis.jpg 

Speelhuisje (rond 1920) met wanden van bruin geschilderde rabbatdelen en een veranda onder sterk overstekend met dakleer gedekt schilddak. In de voorgevel (W) een dubbele glasdeur tussen vensters met horizontale roedenverdeling. De veranda heeft een eenvoudig houten lattenhek. De vensters met horizontale roedenverdeling in de zijgevels zijn behangen met luiken waarop een witte zandloper is geschilderd.

Houten speelhuisje van belang vanwege:
- de oorspronkelijke functie
- de ensemblewaarde als onderdeel van de buitenplaats



Tuin op 't Stroot


images/M_stroot_tuin.jpg 

Tuinaanleg bestaande uit drie onderdelen:
- Ten zuidoosten van het huis ligt een landschappelijk aangelegd gedeelte uit 1865 met doorzichten, vijver, weiden, laan en voormalige boomgaard. Het huis is aan dit gedeelte gerelateerd door middel van een serre met daarop een grote loggia.
- Ten zuidwesten van het huis ligt een geometrisch aangelegd gedeelte rondom een hoofdas die aansluit op een tweede serre van het huis, waarschijnlijk rond 1920 door H. Copijn geraliseerd.
- Hieraan grenzend ligt een tuindeel uit 1925 met bassin en muren ontworpen door Th.J. Dinn.

De tuin ten zuidoosten van het huis: De landschappelijk aangelegde tuin ten zuidoosten van het huis zou in eerste aanleg door D. Wattez zijn ontworpen. Dit deel sluit bij het huis aan met een vijver met gebogen oeverlijnen. Aan de zuidoostzijde ligt in de vijver een eiland, waarvan de beplanting met bomen en heesters door Mien Ruys is ontworpen. Vanuit het huis strekken zich twee zichtassen over de vijver uit. De as ten noorden van het eiland wordt oostelijk van de vijver voortgezet: hier ligt een gazon, omgeven door bomen en heesters. Zuidelijk van het eiland ligt een weide met een ongeveer ovale hoofdvorm (hoofdas noord-zuid). Oorspronkelijk was het westelijk deel hiervan in gebruik als boomgaard. De weide is aan drie zijden omgeven door een laan die aan de westkant aansluit op het padenstelsel van het daar gelegen bos.
Deze laan ontbreekt (door een latere ingreep) tussen eiland en weide, maar sluit in het noorden aan op het voorplein ten oosten van het huis. Aan de noordoostzijde loopt de laan achter de strook beplanting met heesters en bomen langs die het gazon begrenst. De laanbeplanting is recent gekapt en zal opnieuw worden ingeplant. In de noordpunt van de weide staat een houten tuinhuisje.
De tuin ten zuidwesten van het huis:Het gedeelte van de tuin ten zuidwesten van het huis is wellicht rond 1920 door H. Copijn gereorganiseerd. Dit deel is geordend rond een assenkruis en bestaat grotendeels uit gazon. De as ligt loodrecht op de grote serre in de zuidwestelijke gevel van het huis. In de as ligt een pad verhard met grind. In de dwars-as is alleen het pad in noordwestelijke richting over. Dat in zuidoostelijke richting is verdwenen.
Op het kruispunt van de assen ligt een cirkelvormig gazon rond een natuurstenen bloemenschaal op sokkel. Hier omheen staan, puntsymmetrisch ten opzichte van het kruispunt van de assen, vier Taxusstruiken. Rondom dit gazon loopt een pad dat aansluit op de paden in de assen. Het patroon van cirkel en assen is verder ingevuld met smalle, soms gebogen bloemperken. Op drie van de diagonalen staat een Taxusstruik. Op de zuidelijke diagonaal staat een zeer grote uitgegroeide Thuja. Daarom ontbreken aan deze zijde zowel het pad in zuidoostelijke richting als bloemperken.
Het pad in de dwars-as sluit in het noordwesten aan op de door Dinn ontworpen deeltuin en vormt hierin de symmetrie-as. Het pad in de hoofdas eindigt in het zuidwesten in het daar gelegen bos en sluit daar aan op het padenstelsel. Bij de overgang staat aan weerszijden van het pad een natuurstenen Japanse lantaarn.
Deeltuin van Th.J. Dinn: De deeltuin die omstreeks 1925 is ontworpen door Th.J. Dinn, ligt ten westen van het huis en ten zuidoosten van een ongeveer 3 meter hoge gemetselde muur die de scheiding vormt met het erf rond de boerderij. Deze muur is gedeeltelijk als slangemuur uitgevoerd.
De rechthoekige deeltuin is opgebouwd rondom een assenkruis. De tuin is symmetrisch rondom de korte hoofdas (ongeveer noord-zuid) die aansluit op het assenstelsel in het door Copijn aangelegde gedeelte van de tuin. Het centrum van dit gedeelte wordt gevormd door een rechthoekig, gemetseld bassin, waarvan de assen samenvallen met genoemd assenkruis. De hoeken van het bassin, dat ongeveer 0.40 meter lager dan de rest vande tuin ligt, zijn afgerond. De tuinhelft ten zuiden van de lange as sluit met plantvakken in een klein talud aan op de tuin van Copijn. De vaste planten in deze plantvakken zijn recent vervangen door een haag. De tuinhelft ten noorden van de lange as is door een keermuur van ruim een halve meter hoog gescheiden van de border daarachter. Deze keermuur is naar het oosten en westen tot enkele meters langs de paden buiten de tuin doorgetrokken, waar hij ruimte biedt voor een bank.
Het bassin heeft op de hoofdas aan de noordzijde een rechthoekige verwijding met een kleine exedra (halfrond gemetseld). Op de andere drie snijpunten met de assen bevinden zich kleine trappen met wangen van baksteen en treden van flagstones. De gemetselde trapwangen sluiten op het lage niveau aan op de bassinranden, op het hogere niveau op lage bakstenen keerwandjes. Deze aansluitingen, alsmede die aan de exedra, zijn gemarkeerd door lage pylonen, afgedekt met een tegel. Rond de hoeken van het bassin bevinden zich plantvakken tussen de bakstenen muurtjes en trapwangen. Rondom dit geheel van vijver met trappen en plantvakken is een verharding van rechthoekige flagstones gelegd. De hoofdvorm daarvan is een rechthoek met ingezwenkte hoeken. Op de korte hoofdas is aan de zuidzijde en rechthoekige verwijding gemaakt, aan de (iets bredere) noordzijde een driezijdige uitbouw die ruimte geeft aan de exedra in het bassin. Keermuurtjes ter hoogte van een rollaag begrenzen de plantvakken op de overgang naar de aangrenzende tuin ten zuiden van de lange as. Ook deze keermuurtjes zijn naar het oosten en westen tot enkele meters langs de paden buiten de tuin doorgezet. De doorgangen door het muurwerk dat de verharding begrenst, zijn naast de assen door kleine pylonen gemarkeerd. Deze doorgangen leiden naar paden in de richtingen noord, oost (tuin Copijn) en zuid, waarvan de breedte strookt met die van de trappen naar het bassin.

De in verschillende fasen en door verschillende ontwerpers aangelegde tuin is van historische en tuinhistorische waarde:
- vanwege de esthetische kwaliteiten van het ontwerp uit de verschillende perioden, i.c. de zorgvuldige onderlinge afstemming en samenhang van de in verschillende perioden aangelegde delen en de kwaliteiten van de onderdelen afzonderlijk:
- als voorbeeld van een tuinaanleg van D. Wattez,
- als goed voorbeeld van de rond 1915 en vogue zijnde tuinstijl waarbij delen van de tuin rondom een orthogonaal asssenstelsel werden ontworpen binnen een landschappelijke aanleg,
- als voorbeeld van een tuindeel (Th. J Dinn) aangelegd in de rond 1920 in de mode zijnde Architectonische Tuinstijl, waarbij de tuin werd ontworpen rondom een orthogonaal assenstelsel en waarbij veelvuldig gebruik werd gemaakt van gemetselde elementen,
- als goed en gaaf (en daardoor zeldzaam) voorbeeld binnen het oeuvre van Th.J. Dinn, de hoge esthetische kwaliteiten van het oorspronkelijke ontwerp, i.c. de zorgvuldige vormgeving van het tuindeel en de aansluiting met de omliggende tuin,
- als essentieel onderdeel van de buitenplaats, i.c. de zorgvuldige onderlinge afstemming van huis en tuin, waarbij gebruik is gemaakt van zichtlijnen en symmetrie-assen,



Schuur op 't Stroot


images/M_stroot_schuur.jpg 

Eenvoudige houten schuur (voor 1850) met wanden van vertikale geteerde planken onder een met rode Hollandse pannen gedekt zadeldak. Onder de overstekende houten geveltoppen van de kopgevels (N en Z) rechtgesloten inrijdeuren.

Houten schuur van architectuurhistorisch en stedebouwkundig belang vanwege:
- de typologie van de schuur
- de gaafheid
- de hoge ensemblewaarde als onderdeel van de buitenplaats



Boerderij 't Stroot


images/M_stroot_boerderij.jpg 

Zie ook overzicht van boerderijen: Boerderij het Stroot

Boerderij van het hallehuistype met tweekapsschuur (1917) onder met rode Hollandse pannen gedekt zadeldak. Het woonhuisgedeelte is naar het zuiden georinteerd, de achtergevel grenst aan het erf voor het koetshuis. Alle topgevels hebben een beschoten top. Voorgevel (Z) met twee zesruits schuifvensters, een opgeklampte deur onder gedeeld bovenlicht en aan weerszijden daarvan twee kleine rechtgesloten vensters. In de westgevel een tweede ingang met deur tussen vensters met roedenverdeling. De in lichtbruine baksteen gemetselde rondbogen boven de stalvensters in de zijgevels van het bedrijfsgedeelte en de segmentbogen boven de baanders in de achtergevel (N) zijn versierd met witte aanzet- en sluitstenen. De recente aanbouw tegen de voorgevel van de schuur valt buiten de bescherming.

Boerderij van het hallehuistype met tweekapsschuur van cultuur-, architectuurhistorisch en stedebouwkundig belang vanwege:
- de oorspronkelijke functie van boerderij op de buitenplaats
- de redelijke mate van uitwendige gaafheid
- de hoge ensemblewaarde als onderdeel van de buitenplaats



Koetshuis op 't Stroot


images/M_stroot_koetshuis.jpg 

Koetshuis met inpandige koetsierswoning (ca. 1917) van één bouwlaag op rechthoekige langwerpige plattegrond onder overstekend met rode Hollandse pannen gedekt wolfdak. Op de uiteinden van de nok pironnen. De gevels zijn boven een gepleisterde grijze plint opgetrokken in bruine baksteen. De strekken boven de getoogde vensters en deuren zijn versierd met witte gepleisterde aanzet- en sluitstenen. Het middenrisaliet van de symmetrische voorgevel (Z) heeft een beschoten geveltop onder steekkap. In het risaliet de deur en een dubbel venster van de koetsierswoning binnen een groot samengesteld kozijn onder latei en segmentboog. De wit gepleisterde ronde gevelsteen onder de beschoten geveltop is versierd met een paardekop. De grote getoogde inrijdeuren aan weerszijden van het risaliet zijn gedecoreerd met panelen. De overige vensters en deuren in deze gevel hebben een bovenlicht.
In de zijgevels (O en W) drie hoog in de gevel geplaatste stalvensters onder segmentbogen en in de geveltoppen hooiluiken onder gestucte rondbogen. Tegen de achtergevel (N) de uitgebouwde keuken van de woning onder een met grijze Hollandse pannen gedekt zadeldak. In het dakschild twee dakkapellen onder lessenaardak.

Koetshuis met inpandige koetsierswoning van cultuur-, architectuurhistorisch en stedebouwkundig belang vanwege:
- de oorspronkelijke functie van koetshuis en koetsierswoning bij het landhuis
- de rijke detaillering van de gevels
- de hoge mate van uitwendige gaafheid
- de hoge ensemblewaarde als onderdeel van de buitenplaats



Boerderij Het Brinkman


images/M_stroot_brinkman.jpg 

Zie ook overzicht van boerderijen: Het Luttike Stroot (de Waargaarden)

Boerderij met gaaf vakwerk in achter- en linker zijgevel. Typische en zeldzame vorm van onderschoer.